In de komende weken maak je kennis met verschillende programma’s die veel worden gebruikt binnen de creatieve industrie. Het doel is niet om direct expert te worden in alle software, maar om te ontdekken wat de mogelijkheden zijn van elk programma en waar je welke software voor gebruikt.
Je leert wanneer je kiest voor Illustrator, Photoshop, InDesign, Figma of Firefly, en welke rol deze programma’s spelen binnen een ontwerp- en productieproces. Door de basis van elke tool te verkennen, bouw je een breed overzicht op van het digitale gereedschap dat ontwerpers dagelijks gebruiken.
Elke week staat één programma centraal en bestaat uit twee lessen:
Les 1: uitleg van de software, kennismaken met de belangrijkste functies en oefenen met de techniek.
Les 2: zelfstandig een kleine opdracht maken waarin je de geleerde techniek toepast.
Zo leer je niet alleen hoe de software werkt, maar ervaar je ook waarvoor deze in de praktijk wordt ingezet.
Je bereid je digitale werkomgeving voor op je studie bij het GLR als mediavormgever.
Je ontdekt hoe vectorafbeeldingen werken en leert grafische vormen en illustraties maken.
Je leert foto's en afbeeldingen bewerken, combineren en verbeteren.
Je maakt kennis met generatieve AI en onderzoekt hoe je afbeeldingen kunt creëren met behulp van prompts.
Je leert werken met opmaak en lay-out voor publicaties zoals posters, flyers en magazines.
Je ontdekt hoe digitale producten zoals websites en apps worden ontworpen en gepresenteerd.
De basis van verschillende ontwerp- en creatietools.
Waarvoor elk programma het meest geschikt is.
Hoe verschillende programma’s elkaar aanvullen binnen een creatief proces.
Hoe je de geleerde technieken toepast in een eigen ontwerp.
Aan het einde van deze periode heb je een goed beeld van de belangrijkste digitale ontwerptools en weet je wanneer je welk programma het beste kunt gebruiken.